Foto Pixabay

Op Prinsjesdag 2022 heeft het kabinet aangekondigd maatregelen te treffen tegen de oplopende energieprijzen voor huishoudens en bepaalde ondernemingen. Het gaat met name om een in te stellen prijsplafond voor de elektriciteits- en gasprijzen die energieleveranciers in rekening brengen. Per 1 januari 2023 moet dit prijsplafond in werking treden, voor de duur van in principe één jaar. Dit moet voorkomen dat de koopkracht teveel afneemt en dat huishoudens in financiële problemen raken.

Het prijsplafond geldt tot een bepaalde hoeveelheid energie, vastgesteld op het gemiddelde jaarverbruik van huishoudens. Voor alles wat hierboven wordt verbruikt, gelden de normale tarieven. Dit moet ervoor zorgen dat zuinige omgang met energie wordt beloond en dat het volledige energieverbruik van minimaal de helft van de huishoudens onder het prijsplafond valt. Het prijsplafond komt in plaats van een voorgestelde verlaging van de energiebelasting voor volgend jaar.

Zekerheid energiekosten

Sinds begin dit jaar zijn de prijzen voor elektriciteit en aardgas fors gestegen, met name als gevolg van schaarste van aardgas door de oorlog in Oekraïne. Belangrijke leverancier Rusland heeft de aardgasleveringen aan Europa voor een groot deel afgeknepen. Aardgas wordt in Nederland niet alleen direct gebruikt voor verwarming, maar ook voor het opwekken van elektriciteit in gascentrales.

Door de werking van de energiemarkten, waarin alle aanbieders uiteindelijk dezelfde prijs voor hun energie krijgen, wordt ook elektriciteit of aardgas uit goedkopere bronnen duurder. Op korte termijn lijken er geen aanknopingspunten te zijn dat de hoogste aardgasprijzen zullen dalen.

Om huishoudens voor de komende tijd meer zekerheid te bieden dat de prijzen niet nog verder zullen toenemen, wordt een plafond ingesteld van minimaal €1,20 en maximaal €1,50 per m3 aardgas en €0,70 per kilowattuur elektriciteit. Deze prijzen zijn gebaseerd op het gemiddelde prijspeil in januari 2022, toen energie ook al duurder was dan in de jaren daarvoor. Alles wat de elektriciteit en het aardgas hierboven kost, wordt door de overheid betaald aan de energieleveranciers, en komt dus niet voor de rekening van de huishoudens.

Hier zit wel een grens aan: dit plafond geldt alleen voor het verbruik in een jaar t/m 1.200 m3 gas en 2.400 kWh elektriciteit. Alles wat hierboven wordt verbruikt, moet volledig zelf bekostigd worden volgens de dan geldende tarieven. Deze grens is gebaseerd op het gemiddelde verbruik van een huishouden in Nederland.

Het prijsplafond zal ook gelden voor ondernemingen die nu in aanmerking komen voor verlaging van de energiebelasting.

Uitwerking en andere maatregelen

De exacte uitwerking van het prijsplafond is nog niet rond. Zo wordt er ook nog gewerkt aan maatregelen die huishoudens al vanaf november dit jaar kunnen helpen de winter te overbruggen. Daarbij krijgen sociale minima mogelijk nog dit jaar de €500 energietoelage die voor volgend jaar was voorzien, bovenop de reeds beloofde €1.300 voor 2022.

Verder worden er diverse afspraken gemaakt met energieleveranciers, over o.a. het weer aanbieden van vaste contracten en het voorkomen van afsluitingen deze winter. Er komt een gezamenlijk noodfonds van de overheid en leveranciers om te voorkomen dat afnemers te grote schulden opbouwen.

Alle extra overheidsuitgaven, die naar verwachting vele miljarden euro’s zal bedragen, moeten bekostigd worden door onder andere de hogere belastinginkomsten uit energie, een solidariteitsbijdrage van leveranciers en het afromen van overwinsten bij energiebedrijven. Zoals eerder genoemd profiteren bepaalde energieproducten met lage productiekosten nu extra mee van de hoge energieprijzen door aardgas.

Kritiek uit Tweede Kamer

De oppositie in de Tweede Kamer vindt de plannen nog niet voldoende uitgewerkt om precies voor ogen te hebben wie er wel en niet geholpen worden met deze maatregelen, hoeveel het gaat kosten en waar dit geld vandaan moet komen. Daarbij wordt ook kritiek geleverd dat het erg lang heeft geduurd voordat er überhaupt plannen bekend werden gemaakt om de stijgende kosten in de samenleving tegen te gaan. Daardoor zouden deze maatregelen te laat zijn om nu al, met de naderende winter, direct ondersteuning te kunnen bieden.

De VVD verwees daarnaast naar het opschieten met de realisatie van twee nieuwe kerncentrales. Dit zou extra belang hebben nu de afhankelijkheid van aardgas moet worden verminderd. Eerder werden al de productiebeperkingen voor de Nederlandse kolencentrales opgeheven, om ook minder aardgas voor elektriciteitsproductie te hoeven gebruiken. In 2030 mag geen enkele van deze centrales meer gebruik maken van kolen, wat de vraag naar aardgas juist weer op zou drijven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code