Foto Pixabay

“We hebben niet de luxe om een duurzame energiebron uit te sluiten”, stelt staatssecretaris Dilan Yeşilgöz na publicatie van een kernenergie-rapport van KPMG. Voor het rapport verkende KPMG onder marktpartijen de bereidheid om te investeren in kernenergie in Nederland. Deze bereidheid blijkt er te zijn, mits er voldoende garanties en steun worden gegeven vanuit de overheid, en het maatschappelijk draagvlak er is. Met name de provincies Zeeland en Noord-Brabant stellen eventueel open te staan voor een nieuwe kerncentrale.

Het rapport is opgesteld naar aanleiding van een aangenomen motie van voormalig VVD-kamerlid Klaas Dijkhoff, die het kabinet verzocht om te onderzoeken op welke manier nieuwe kerncentrales gerealiseerd zouden kunnen worden in Nederland. Eerder ging het kabinet er vanuit dat er geen bereidheid zou bestaan. Yeşilgöz laat als vervolg een scenariostudie opstellen voor de periode 2030-2050 en daarna, om te onderzoeken welke rol kernenergie zou kunnen spelen naast andere duurzame energiebronnen. Kernenergie is op dit moment de meest gebruikte CO2-vrije energiebron in de wereld, en is voor de productie niet afhankelijk van de weersomstandigheden.

Voorwaarden voor kernenergie in Nederland

De door KPMG geconsulteerde marktpartijen, zoals aannemers, leveranciers van kerntechnologie, exploitanten en ontmantelingsspecialisten, wijzen vooral op de huidige financieringsrisico’s rondom nieuwe kerncentrales. Als deze risico’s door overheidsgaranties en ondersteuning voldoende zijn weggenomen, zou een te laag maatschappelijk draagvlak nieuwe centrales nog in de weg kunnen staan.

De situatie rondom de nieuwste kolencentrales heeft mogelijk voor een extra deuk gezorgd in het investeringsklimaat voor kernenergie. Drie kolencentrales die pas een paar jaar terug werden geopend, moeten voor 2030 (de facto) hun deuren sluiten, door tussentijds aangepast overheidsbeleid. Kerncentrales moeten, net als kolencentrales, voor een (zeer) lange periode verzekerd kunnen zijn dat zij in werking kunnen blijven, om de grote benodigde investeringen terug te kunnen verdienen.

Ook kunnen kerncentrales op momenten dat er meer wind- en zonne-energie wordt geproduceerd dan er vraag is op de markt, uit de markt geprijsd worden. Als dit regelmatig voorkomt kan dit de centrales onrendabel maken. Dit betekent niet dat de centrales daardoor overbodig zijn; juist op de momenten dat er te weinig wind en zon is, kunnen kerncentrales een belangrijke rol spelen in het behouden van de leveringszekerheid. Desondanks zou er wel mogelijk ondersteuning van de overheid nodig zijn om kerncentrales op bepaalde momenten te kunnen laten concurreren met wind- en zonoverschotten. Een van de respondenten stelt dat niet oneerlijk zou zijn, aangezien wind- en zon ook veel subsidies ontvangen hebben.

Draagvlak neemt toe

Uit de traditionele milieubewegingen bestaat veel weerstand tegen kernenergie, met name vanwege kernafval en gevaren rondom ongevallen bij centrales, zoals bij Tsjernobyl en Fukushima. In Nederland is kernenergie nooit grootschalig van de grond gekomen en werd er bijvoorbeeld gekozen voor het veelvuldig aanwezige aardgas. In het kader van de energietransitie en de zoektocht naar CO2-vrije energiebronnen is kernenergie weer meer onder de aandacht gekomen. Daarbij worden de veronderstelde voor- en nadelen van kernenergie opnieuw onder de loep genomen en afgewogen tegenover de alternatieven.

Uit het rapport van KPMG blijkt evenwel dat voldoende maatschappelijk draagvlak een voorwaarde is om een kerncentrale te bouwen, aangezien deze centrales voor op de langere termijn operationeel moeten kunnen blijven. De maatschappij moet daarom overwegend expliciet achter de bouw van deze centrales staan.

,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

97 − = 96