Foto Pixabay

Behalve de Amsterdamse Hemwegcentrale, zouden de overige kolencentrales (m.u.v. de Amercentrale omdat deze vooral biomassa gaat stoken) ook reeds eind dit jaar dicht kunnen. Dit stelde CE Delft vorige maand in een onderzoek in opdracht van enkele milieu- en gezondheidsorganisaties. Het zou geen problemen opleveren voor de leveringszekerheid en het zou niet leiden tot toename van uitstoot in het buitenland door het emissiehandelssysteem. Tegelijkertijd zou er zo wel genoeg CO2-uitstoot worden voorkomen om aan de Urgenda-eis te voldoen.

Minister Wiebes stelt in reactie dat dit een te optimistische aanname is, en dat sluiting van deze centrales zeker niet op korte termijn wenselijk is. De leveringszekerheid zou wel degelijk in gevaar kunnen komen.

Alle hoop op gascentrales

De voornaamste reden waarom CE Delft stelt dat de kolencentrales zonder problemen op korte termijn dicht kunnen, is het beschikbare gasvermogen in Nederland. Veel gascentrales staan momenteel ‘in de mottenballen’. Dat wil zeggen dat ze tijdelijk zijn uitgeschakeld door de marktomstandigheden (ze zijn nu niet rendabel genoeg). CE Delft rekent erop dat bij het wegvallen van de binnenlandse kolenstroom, deze centrales weer in werking zullen treden.

Wiebes waarschuwt echter dat alleen het operationeel krijgen van deze centrales tot wel twee jaar kan duren. Bovendien is dit alleen het geval als ze inderdaad weer rendabel genoeg worden geacht. Mogelijk is het bij sluiting voordeliger om stroom uit het buitenland te importeren, als dit kolenstroom uit het buitenland is neemt de CO2-uitstoot zelfs toe ten opzichte van voor de sluiting. Dit omdat de Nederlandse kolencentrales relatief het schoonst zijn in Europa.

Dit weglek-effect is sowieso een probleem. Hoe eerder de kolencentrales sluiten, hoe meer uitstoot er zal weglekken naar elders, zo stelt Wiebes. Dit komt omdat er bij vroege sluiting ook nog meer vervuilend vermogen over de grens beschikbaar zal zijn, dan wanneer er in de buurlanden inmiddels ook tijd is geweest om alternatieven op te zetten. Dat er geen extra emissierechten op de markt komen dankzij de Europese maatregelen met de marktstabiliteitsreserve waar CE Delft naar verwijst, hoeft hier geen invloed op te hebben. Vooralsnog is het aanbod van emissierechten namelijk nog steeds groter dan de vraag.

Financiële gevolgen

Volgens CE Delft zouden de drie kolencentrales bij elkaar €2 miljard aan extra netto-opbrengsten ten opzichte van het huidige plan voor sluiting in 2030 mislopen. Mocht de overheid tot compensatie over moeten gaan, dan vallen deze kosten volgens CE Delft mee, omdat er ook meer dan €1 miljard aan bijstook-subsidies worden bespaard.

Wiebes stelt echter dat er nog veel meer kosten bij komen kijken dan deze extra gederfde inkomsten. Het gaat onder meer om de recente investeringen en de afvloeiing van het personeel. Voor dit laatste heeft de overheid bekend gemaakt 22 miljoen beschikbaar te stellen tot 2030. Mogelijk verliezen tot wel 1700 mensen hun baan bij definitieve sluiting.

De nieuwste kolencentrales verwachten echter ook voor de periode na 2030 gecompenseerd te worden, aangezien ze nog tot zeker 2050 zouden kunnen functioneren. Deze kosten zouden bovenop het door CE Delft berekende bedrag komen. Door de centrales tot 2030 de tijd te geven om over te schakelen op een alternatieve brandstof, hoopt de overheid aan deze verplichting te ontkomen. Deze overgangsperiode wordt in een toelichting omschreven als ‘compensatie in natura’. Bij een sluiting in 2020 zou deze periode echter wegvallen. Overigens bestaan er ook twijfels of een ombouw mogelijk is binnen de huidige overgangsperiode.

, , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *