Foto Pixabay

Eerder deze maand (8 nov) werd toch nog een positief investeringsbesluit genomen over WarmtelinQ, een regionale warmteleiding die aangelegd zal worden tussen Rotterdam en Den Haag. Dit met het doel om restwarmte van voornamelijk de industrie uit de Rotterdamse Haven in te zetten voor het verwarmen van woningen. Oorspronkelijk zou het investeringsbesluit genomen worden vóór 1 oktober, maar verschillende tegenslagen zorgden ervoor dat deze datum niet werd gehaald.

Een van de tegenslagen was het stopzetten van de financiële steun van de gemeente Rotterdam aan het Warmtebedrijf Rotterdam. Laatstgenoemde bedrijf kon daardoor niet meer deelnemen aan het project WarmtelinQ, waarin het zich met name richtte op een tracé tussen Den Haag en Leiden. Ook werd de Warmtewet 2 uitgesteld en wilde beoogde hoofdklant Eneco nog meer overheidssteun. Omdat het contract met Eneco uiteindelijk toch nog werd ondertekend, kan WarmtelinQ nu doorgang vinden, voorlopig zonder het tracé naar Leiden.

Voortrekkersrol warmtetransitie

In 2019 werd nog 92% van de woningen in Nederland verwarmd met aardgas. De huidige marktontwikkelingen rondom aardgas (hoge prijzen, afhankelijkheid buitenland), gecombineerd met de uitstoot van broeikasgassen die met het gebruik van aardgas gepaard gaat, tonen de noodzaak om naar alternatieven op zoek te gaan. Het nuttig gebruik van restwarmte uit de industrie, dat nu vaak ongebruikt de lucht of het water ingaat, wordt door het kabinet gezien als een belangrijk middel voor voornamelijk bestaande, minder goed geïsoleerde bouw.

WarmtelinQ is hierbij om meerdere redenen een bijzonder project. Ten eerste kijkt bij warmtenetten de afstemming tussen warmtebron, warmtenet en afnemers doorgaans zo nauw, dat deze verschillende rollen niet makkelijk los van elkaar kunnen worden getrokken, zoals wel bij aardgas en elektriciteit het geval is. In Zuid-Holland zijn de randvoorwaarden echter zodanig dat hier wel gedacht wordt dat een open regionaal warmtetransportnet, waar aanbieders en afnemers zich vrij op kunnen aanmelden, mogelijk is. Dit komt door de relatief hoge concentratie warmte producerende industrie, woningen en de warmte-vragende glastuinbouw dicht bij elkaar in de buurt. WarmtelinQ moet het begin vormen van een dergelijk regionaal warmtetransportsysteem (eerder ook wel ‘de warmterotonde’ genoemd).

Ten tweede is het project, voorheen nog ‘Leiding door het Midden’ genoemd, van Eneco overgenomen door Gasunie. Gasunie is een Nederlands staatsbedrijf dat hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor het landelijke aardgastransportnet. WarmtelinQ wordt het eerste project van Gasunie waarin het zich richt op transport van restwarmte. Zo wordt er bij elkaar op lokaal niveau eenzelfde soort rolverdeling voorzien voor restwarmte als voor aardgas, met een onafhankelijke netbeheerder (Gasunie) die verantwoordelijk is voor het transport, terwijl aanbieders en afnemers van restwarmte daar tegen betaling gebruik van kunnen maken.

Haken en ogen

De uniciteit van het project heeft ook struikelblokken met zich meegebracht. Al eerder bestonden er bezwaren vanuit verschillende gemeentes tegen de aanleg van de 70 cm dikke buizen die restwarmte moeten gaan vervoeren. Op sommige plekken moet hier groen voor wijken, en bepaalde wijken in bijvoorbeeld Den Haag kunnen veel overlast ondervinden van het openbreken van straten.

Verder zijn er vraagtekens geplaatst of het project niet marktverstorend werkt. Duurzame lokale initiatieven zouden nu mogelijk moeten concurreren met restwarmte uit de haven van Rotterdam, terwijl de aanleg van het transportnet voor een groot deel wordt betaald door de overheid. Dit geldt ook voor bedrijven die de huidige warmte produceren op de locaties waar WarmtelinQ op aangesloten moet worden. De leiding was eerder een project van energiebedrijf Eneco, dat nu in plaats daarvan hoofdklant wordt van nieuwe eigenaar staatsbedrijf Gasunie, dat de kosten voor de aanleg op zich neemt. Vanuit Europa moet nog uitspraak worden gedaan of er sprake is van ongeoorloofde staatssteun.

De nieuwe voorziene rol van Gasunie als warmtenetbeheerder is ook nog niet wettelijk rond. Dit zou worden geregeld in de nieuwe Warmtewet, maar de invoering hiervan is uitgesteld tot het nieuwe kabinet. Hier worden uiteindelijk overigens geen problemen verwacht. Wel werd deze voorziene rol van Gasunie bekritiseerd door de Algemene Rekenkamer, omdat niet voldoende onderbouwd zou zijn wat het bijdraagt aan de publieke belangen, en dat dit daar de meest kosteneffectieve manier voor is.

Wat het voornaamste struikelblok nog vormde voor WarmtelinQ was het ontbreken van de handtekening van beoogd hoofdklant Eneco. Laatstgenoemde partij wilde graag meer subsidie zien voor industrie die de restwarmte beschikbaar maakt voor warmtelevering. Het onttrekken van deze warmte aan het industriële proces en warm genoeg maken voor de levering kost namelijk geld en energie. Het is niet bekend of deze subsidie er is gekomen, of dat de twijfels van Eneco op een andere wijze zijn weggenomen, maar het contract met Eneco is uiteindelijk gesloten, zodat WarmtelinQ doorgang kon vinden.

Is ondergang voorganger Warmtebedrijf Rotterdam waarschuwing?

In de laatste fase voor het besluit tot doorzetten van WarmtelinQ, was het wegvallen van projectpartner Warmtebedrijf Rotterdam nog een flinke tegenslag. Het Warmtebedrijf Rotterdam, volledig in handen van de gemeente Rotterdam, werd reeds in 2006 opgericht om eveneens restwarmte uit de Rotterdamse haven in te gaan zetten voor verwarming van woningen in Rotterdam. Een opeenstapeling van problemen leidde tot een situatie waarin het Warmtebedrijf Rotterdam zich had verplicht tot afname van een bepaalde hoeveelheid warmte, waar het niet lukte om hier voldoende afnemers voor te vinden. Hierdoor bleef het bedrijf jaar na jaar alleen overeind door bijstorten van geld vanuit de gemeente. Uit wanhoop werd zelfs bedacht om de restwarmte helemaal naar Leiden te vervoeren, maar ook dit plan mislukte, terwijl opnieuw een verplichting was aangegaan tot levering aldaar.

Een laatste strohalm was aansluiting bij WarmtelinQ, met een verlengd stuk naar Leiden (WarmtelinQ++), maar toen duidelijk werd dat de gemeente opnieuw veel geld bij moest storten en men dit weigerde, stapte Warmtebedrijf Rotterdam uit het project. Een definitieve beslissing over de toekomst van Warmtebedrijf Rotterdam is nog niet genomen, maar een faillissement lijkt onafwendbaar. Dit levert waarschijnlijk, na de reeds vele miljoenen die in het bedrijf zijn gestoken, opnieuw een miljoenenpost op voor de gemeente Rotterdam.

De toekomst zal nu moeten uitwijzen of WarmtelinQ een beter lot is beschoren, of dat de valkuilen waaraan Warmtebedrijf Rotterdam aan ten onder is gegaan zich zullen herhalen, met ditmaal de Nederlandse staat als geldschieter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code