Foto Pixabay

Met de ‘Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie’ hoopt het kabinet de uitstoot van CO2 in Nederland fors te reduceren, omdat de vijf kolencentrales in Nederland zo gedwongen worden om te sluiten. Althans, dit laatste is de lezing van de getroffen exploitanten. Officieel biedt de wet namelijk ruimte om op een andere brandstof over te stappen. Dat de kolencentrales overstappen op een alternatieve brandstof is echter zeer onwaarschijnlijk, omdat dit ofwel technisch, ofwel financieel niet mogelijk lijkt.

Uniper, eigenaar van de MPP3-centrale op de Maasvlakte in Rotterdam, liet onderzoeken of het ombouwen van deze centrale naar een biomassacentrale financieel zinvol is. Het onderzoeksbureau Frontier Economics, dat eerder reeds de effecten van een CO2-minimumprijs onderzocht voor de overheid, concludeerde dat sluiting meer voor de hand ligt. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de rechtszaken die dreigen wanneer de wet door de Eerste Kamer wordt goedgekeurd. Als het verbod op kolen in de praktijk namelijk neerkomt op gedwongen sluiting, is de kans groter dat de rechter oordeelt dat compensatie op zijn plaats is.

Juridisch spel rond compensatie

Het doel van het wetsvoorstel is altijd het stoppen van de CO2-uitstoot van deze centrales geweest. Het is een relatief eenvoudige en directe manier om de CO2-uitstoot in Nederland direct fors te verminderen. Met de druk van onder meer het Urgenda-vonnis, wil de overheid dit soort mogelijkheden benutten.

Waarschijnlijk is sluiting van de centrales altijd de eerste insteek geweest, zoals blijkt uit verschillende politieke uitingen door de tijd heen, maar door dit te verpakken in een verbod op een bepaalde brandstof hoopt men te voorkomen dat er nadeelcompensatie aan de eigenaren hoeft te worden betaald. Drie van de vijf kolencentrales in Nederland zijn namelijk zeer recent pas geopend, zodat sluiting voor 2030 zou betekenen dat een deel van de gedane investeringen verloren zouden gaan.

Nadeelcompensatie is meestal op zijn plaats in het geval van ‘onteigening’ (beslaglegging door de overheid). Als de centrales, in privaat bezit, door het overheidsbesluit niet langer uitgebaat kunnen worden, is hier in bepaalde vorm sprake van, zo stellen de exploitanten. Minister Wiebes van EZK stelt met de bewoording van het wetsvoorstel echter dat de centrales gewoon kunnen blijven functioneren, alleen op een andere brandstof dan kolen. Voor een dergelijke overstap wordt ook ruim de tijd geboden. De eigenaren hoeven volgens de minister dan ook niet gecompenseerd te worden.

Met de uitkomst van het onderzoek door Frontier Economics, dat het resultaat van een investering in een ombouw van de MPP3-centrale berekende, heeft in ieder geval Uniper nu de bevestiging van wat het al langer beweert: zelfs de meest reële alternatieve brandstof (biomassa) is het investeren niet waard omdat dit tot verliezen zou leiden. Eerder liet RWE ook reeds weten dat een overstap naar biomassa zonder subsidie niet mogelijk is voor haar twee kolencentrales.

Sluiting van de centrales ligt extra gevoelig door de voorgeschiedenis, waarin de overheid juist de indruk wekte dat de bouw van de nieuwe centrales een goede investering zou zijn voor de energiebedrijven. Nu zouden zij door echter door de overheid enkele jaren na opening moeten gaan voorbereiden op sluiting.

Levering elektriciteit punt van discussie

Hoewel de juridische strijd om compensatie nu in het middelpunt van de aandacht lijkt te komen liggen. Speelt op de achtergrond ook het vraagstuk rond de leveringszekerheid. Mochten alle vijf centrales in 2030 gesloten zijn, is er dan nog wel voldoende regelbaar vermogen in Nederland? Wiebes rekent op her-inschakeling van Nederlandse gascentrales die op dit moment door onder andere kolen uit de markt zijn gedrukt. Het is echter de vraag of dit op de lange termijn, ook met een aanstaande CO2-minimumprijs, voldoende zal zijn voor de elektriciteitsvoorziening.

Er bestaan veel plannen voor de uitbreiding van de wind- en zonnecapaciteit in Nederland, maar opwekking hiermee fluctueert zeer sterk naargelang de aanwezige wind en zon. Voor de momenten dat de vraag hoger ligt dan wat er hiermee opgewekt kan worden, moeten er voldoende regelbare alternatieven zijn.

Met dit in ogenschouw heeft Uniper eerder deze zomer een voorstel gedaan om de MPP3-centrale als strategische reserve te behouden. Voor een jaarlijks bedrag zou de centrale dan paraat worden gehouden voor productie, maar alleen als er geen duurzame alternatieven beschikbaar zijn. In dit geval zou men ook van de geëiste compensatie afzien, zodat deze mogelijke overheidsuitgave in plaats daarvan in de leveringszekerheid zou worden gestoken.

Minister Wiebes heeft dit, rekenend op voldoende leveringszekerheid zonder de kolencentrales, afgewimpeld, maar heeft ook de deur op een kleine kier gehouden voor als de vooruitzichten veranderen. Sluiting van de kolencentrales zal, met of zonder compensatie, hoe dan ook kostbaar zijn voor de samenleving. Zonder compensatie zal het investeringsklimaat namelijk een deuk oplopen, die mogelijk alleen met extra financiële stimuleringen vanuit de overheid gerepareerd kan worden.

, , , , , ,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

46 − 37 =