Foto Pixabay

Vandaag is de jaarlijks door onderzoeksbureau PBL samengestelde Klimaat- en Energieverkenning (KEV) uitgebracht en aan de Tweede Kamer aangeboden. Het uitbrengen van dit jaarlijkse rapport is wettelijk vastgelegd, om zo goed op de hoogte te blijven van de voortgang en verwachtingen op het gebied van emissiereducties en de energietransitie. Net als vorig jaar wordt vastgesteld dat Nederland met de huidige plannen in 2030 hoogstwaarschijnlijk niet het doel van 49% emissiereductie t.o.v. 1990 gaat halen. Wel is de nieuwe verwachting van 38%-48% reductie in 2030 een stuk hoger dan vorig jaar; toen was dit nog 30%-40%.

Overigens is een op Prinsjesdag aangekondigde extra investering in de energietransitie van 7 miljard euro nog niet in de berekeningen van de KEV 2021 meegenomen, dat potentieel tot ca. 1% extra emissiereductie in 2030 zou kunnen leiden. Daarmee zou het reductiedoel van 49% weliswaar (net) binnen de verwachte bandbreedte komen te liggen, maar het daadwerkelijk behalen daarvan zou alleen in het allerbeste scenario lukken. Daar staat tegenover dat het emissiereductiedoel mogelijk de komende tijd op Europees niveau wordt verhoogd naar 55% in 2030.

CO2-uitstoot ten opzichte van vorig jaar toegenomen

De CO2-uitstoot in 2021 valt waarschijnlijk hoger uit dan in 2020. Daarmee lijkt het voldoen aan het Urgenda-vonnis van tijdelijke aard te zijn geweest. In 2020 bleef de uitstoot net binnen de limiet van 25% minder uitstoot dan in 1990, maar dit was voor een deel aan andere factoren toe te schrijven dan bewust genomen reductiemaatregelen. Zo was 2020 relatief warm en leidde de coronacrisis tot een tijdelijke afname van het energieverbruik. Dit jaar begon juist relatief koud en ook werd er economisch na de corona-lockdowns een inhaalslag gemaakt, wat de energievraag omhoog heeft gebracht.

Tussen 2022 en 2025 wordt wel verwacht dat de uitstoot geleidelijk zal afnemen, maar het is nog niet zeker of de uitstoot daarmee ieder jaar weer op of onder de 25% emissiereductie komt. Dit is mede afhankelijk van factoren zoals extra koude winters of de ontwikkelingen in het buitenland.

In juni dit jaar kondigde Urgenda-directeur Minnesma nog aan opnieuw naar de rechter te stappen om een dwangsom te eisen. Er zou ondanks extra gegunde tijd nog steeds te weinig zijn ondernomen door de Staat om de CO2-uitstoot sneller omlaag te brengen, een eis die na een rechtszaak in 2019 in een verplichting werd omgezet.

Industrie en mobiliteit gaan goed, gebouwde omgeving zeer lastig

De meeste uitstootreductie wordt de komende jaren behaald in de industrie (waaronder de elektriciteitsproductie) en onder vervoersmiddelen. In 2030 mogen er geen kolen meer verstookt worden, nu nog een belangrijke bron van uitstoot. Daarnaast is de verwachting dat het aantal elektrische auto’s en streekbussen sterk blijft toenemen. Voor zwaarder verkeer zoals vrachtwagens en schepen wordt ook een toename van duurzame brandstoffen verwacht.

Binnen de industrie zijn veel plannen voor het afvangen van CO2-uitstoot en begraven onder de Noordzee (CCS). Dit wordt uit kostenoogpunt aantrekkelijker gemaakt door de CO2-heffing in de industrie en vrijgemaakte subsidies voor CCS.

Grootste punten van zorg blijven de gebouwde omgeving en de landbouw. Het overgrote deel van de woningen en overige gebouwen in Nederland maakt nog gebruik van aardgas voor de kachels/radiatoren en verwarmen van kraanwater. Alternatieven zijn zeer lastig te realiseren door de benodigde nieuwe infrastructuur en dikwijls ingrijpende en dure isolatiemaatregelen.

Binnen de landbouw bestaat veel discussie over de te nemen maatregelen. Zo kan er bijvoorbeeld gekozen worden voor het verminderen van de productie, inzetten op technische oplossingen om de uitstoot omlaag te brengen, of een combinatie van beide. Er zijn diverse pilots opgestart om beter in kaart te brengen welke maatregelen het efficiëntst zijn.

Klimaatnota Raad van State: onmiddellijk ingrijpen

Naast de KEV werd ook de jaarlijkse Klimaatnota vandaag gepresenteerd door de Raad van State. De Raad is niet te spreken over de voortgang van het klimaatbeleid, omdat de doelen voor 2030 en 2050 uit zicht zijn, terwijl die doelen eigenlijk zelfs naar boven bijgesteld zouden moeten worden.

Volgens de Raad zou er een minister voor Klimaatbeleid moeten komen en kan de overheid veel meer de regie in handen nemen. Hierbij zou het zich veel vaker kunnen beroepen op de Klimaatwet, die een sterke onderbouwing biedt voor nieuwe te nemen maatregelen.

Ook Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatakkoord, is niet te spreken over de voortgang. Hij stelt dat het nieuwe kabinet niet meer weg kan komen met een twintigtal regels over het klimaatbeleid in het komende regeerakkoord. Het zou juist de centrale pijler moeten worden. Ook moet men zich volgens Nijpels meer gaan beseffen dat de opgave niet vrijblijvend is; als er geen goede oplossing lijkt te zijn, houdt het probleem daarmee niet op. Volgens Nijpels zou €6 miljard per jaar al voldoende zijn voor een goed klimaatbeleid; geld dat er volgens hem moet zijn omdat er tijdens de coronacrisis ook zo €80 miljard beschikbaar werd gemaakt.

,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code