Foto Pixabay

Nederland heeft de grootste stikstofuitstoot van de EU, vier keer zo veel als het EU-gemiddelde. De meeste stikstofuitstoot ontstaat via mest van koeien, varkens en andere (boerderij) dieren. Maar ondanks dat deze uitstoot al vijf jaar op rij daalt en onder de Europese uitstootgrens zit, komt nog steeds 60 procent van de Nederlandse stikstofuitstoot uit de landbouw. Dat blijkt uit cijfers van het RIVM.

Stikstof

Stikstof bestaat uit twee belangrijke verbindingen, namelijk stikstofoxiden en ammoniak. De stikstofoxiden (NOx) worden vooral uitgestoten bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Ammoniak komt vrij bij landbouw. Volgens het CBS wordt 87 procent van de ammoniakuitstoot veroorzaakt door landbouwers.

De Europese Commissie bepaalde een uitstootgrens van 504,4 miljoen kilogram om de stikstofproductie in Europa te reduceren en onder controle te houden. De Nederlandse stikstofuitstoot daalde tussen 2017 en 2021 met 8 procent, waardoor dit nu 7 procent onder het Europese gemiddelde ligt.

Volgens het ministerie van Landbouw is dat positief, maar zijn de problemen nog niet opgelost: “Het is inderdaad heel goed dat boeren onder die stikstofplafonds zitten en we zijn heel tevreden dat de productie ervan blijft dalen”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Landbouw. “Het probleem is echter dat er al stikstof in de grond zit en dat blijft daar. Als er dus nog meer bijkomt, is dat niet goed. Het aantal kilogram stikstof dat erbij komt vermindert inderdaad, maar het is nog lang niet laag genoeg.”

Reductiedoelen

Het kabinet heeft plannen om de stikstofuitstoot in Nederland met 40 procent te verminderen tot 2025 en tot 74 procent in 2030. Daarvoor hebben alle provincies een eigen zogenoemde reductiedoel ontvangen en mogen zij zelf een plan en maatregelen bedenken om dit doel te behalen. Ook andere sectoren worden daar bij betrokken. Ook de zeevaart, de luchtvaart en de energiesector krijgen te maken met strengere maatregelen om de stikstofuitstoot in Nederland zo ver mogelijk terug te dringen meldt het kabinet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *